#1 Solvabiliteit
Het deel van uw bezittingen dat met eigen geld is gefinancierd.
Hoe hoger dit percentage, hoe steviger uw organisatie financieel staat. De NZa kijkt kritisch als dit onder de 25% komt.
Alle financiële ratio’s en prestatie-indicatoren — helder uitgelegd, zonder jargon.
Het deel van uw bezittingen dat met eigen geld is gefinancierd.
Hoe hoger dit percentage, hoe steviger uw organisatie financieel staat. De NZa kijkt kritisch als dit onder de 25% komt.
De mate waarin u kortlopende schulden kunt betalen met vlottende bezittingen.
Onder de 1,0 kunt u uw kortlopende verplichtingen niet dekken. Boven 1,5 heeft u voldoende buffer. Banken en toezichthouders letten hier scherp op.
Hoeveel resultaat uw organisatie maakt ten opzichte van de totale opbrengsten.
In de zorg zijn de marges smal — de sectornorm (BDO-benchmark 2026) is 2%. Negatief rendement betekent dat u structureel meer uitgeeft dan er binnenkomt.
Uw exploitatieresultaat vóór rente, afschrijvingen en huur — los van alle vastgoedlasten.
Dé draagkracht-maatstaf uit de BDO-benchmark 2026: vanaf 12% kan een organisatie investeren in vernieuwing én kortingen opvangen. De sector zit daar ruim onder (V&V 9,2% · GHZ 9,5%).
Hoeveel keer u uw jaarlijkse rentelasten kunt dekken uit het bedrijfsresultaat.
Banken toetsen de volledige DSCR — inclusief aflossing — met een norm van minimaal 1,3. DigiMV bevat geen aflossingsdata; daarom staat hier de rentedekking, de DSCR-benadering zónder aflossing. Die valt dus gunstiger uit dan de echte DSCR — zie het als randvoorwaarde, niet als garantie. Onder 1,0 dekt het bedrijfsresultaat de rente niet.
Hoeveel jaar het duurt om al uw schulden af te lossen uit uw bedrijfsresultaat.
Geeft aan hoeveel jaar u nodig heeft om schuldenvrij te worden. Banken hanteren dit als kernratio: boven de 6 wordt herfinanciering lastig.
Welk deel van uw vastgoed met bancaire leningen is gefinancierd.
Een dalende loan-to-value betekent dat investeringen vooral uit eigen middelen komen. Er is geen harde norm — vergelijk met het sectorgemiddelde uit de BDO-benchmark 2026.
Welk deel van uw totale inkomsten opgaat aan huisvesting.
De NZa hanteert 12% als norm. Boven 15% drukt het vastgoed te zwaar op de exploitatie en gaat het ten koste van de zorgverlening.
Alles wat uw vastgoed jaarlijks kost, als deel van de totale opbrengsten.
BDO-methodiek: de vier totale posten opgeteld — daardoor vrijwel altijd te berekenen, en identiek vergelijkbaar met de sector (V&V 9,8% · GHZ 10,9%). Let op: een láge quote is vaak een teken van verouderd vastgoed, geen kracht. Dit is de brede variant van de huisvestingsratio (#6).
Welk deel van uw totale bezittingen uit vastgoed bestaat.
Hoe meer vermogen in vastgoed vastzit, hoe minder flexibel u bent. GHZ zit typisch rond 50%, V&V rond 35%.
Het percentage van het NZa-tarief dat bestemd is voor huisvestingskosten.
Het NZa-normpercentage voor huisvesting verschilt per sector. Vergelijk met uw huisvestingsratio (#6) om te zien of er een dekkingstekort is.
Hoeveel u per vierkante meter aan huisvesting uitgeeft.
Maakt uw huisvestingskosten vergelijkbaar ongeacht organisatiegrootte. Het totaal m² komt uit de BAG-registratie van uw vestigingen.
De boekhoudkundige waarde van uw gebouwen per vierkante meter.
Lage boekwaarde per m² duidt op verouderd vastgoed; hoge waarde op recent gebouwd bezit. Helpt inschatten of uw portefeuille toekomstbestendig is.
Het gewogen gemiddelde bouwjaar van uw vestigingen.
Geeft de ouderdom van uw portefeuille aan. Een laag bouwjaar wijst op veroudering en hogere onderhouds- en verduurzamingskosten.
Hoeveel u investeert ten opzichte van wat er wordt afgeschreven.
Boven 1,0 vervangt u minimaal wat veroudert. Onder 1,0 loopt u een investeringsachterstand op.
Specifiek voor gebouwen: investeert u genoeg om de afschrijving bij te houden?
Kijkt alleen naar gebouwen, niet naar inventaris. Relevanter voor vastgoedsturing. Een dalende trend is een waarschuwingssignaal.
Hoever uw vastgoed al is afgeschreven ten opzichte van de aanschafwaarde.
Bij 70% is nog maar 30% van de boekwaarde over — vervanging nadert. Helpt bij het timen van grote investeringsbeslissingen.
Hoeveel u jaarlijks aan onderhoud uitgeeft per vierkante meter.
De gangbare norm in de zorg is €15–30/m²/jaar. Te weinig leidt tot achterstallig onderhoud, te veel kan duiden op verouderd vastgoed.
Welk deel van uw inkomsten opgaat aan huur en leasekosten.
Hoge huur/lease-ratio vermindert balansrisico maar vergroot exploitatiekosten. Bekijk samen met de huisvestingsratio voor het totaalplaatje.
Hoeveel omzet uw organisatie gemiddeld per vestiging genereert.
Kleine vestigingen hebben hogere overheadkosten per euro omzet. Vergelijk met sectorgenoten van vergelijkbare omvang.
Hoeveel medewerkers (in FTE) er gemiddeld per vestiging werkzaam zijn.
Lage FTE/vestiging duidt op versnippering met hoge aansturingskosten. Helpt bij keuzes over concentratie of spreiding.
Hoeveel omzet uw organisatie per voltijds medewerker genereert.
Sterk beïnvloed door zorgtype — intensieve zorg betekent meer personeel per cliënt. Vergelijk altijd binnen uw eigen deelsector.
Welk deel van uw inkomsten opgaat aan salarissen en lonen.
De gangbare bandbreedte in de zorg is 60–75%. Een dalende loonquote kan duiden op efficiëncy, maar ook op onderbezetting.
Hoeveel vierkante meter vloeroppervlak er per medewerker beschikbaar is.
Combineert BAG-oppervlakten met DigiMV-personeelsdata. Te weinig m²/FTE duidt op ruimtegebrek, te veel op inefficiënt gebruik.
Het percentage van de werktijd dat medewerkers ziek zijn.
Het landelijk gemiddelde in de zorg is circa 7%. Structureel boven 8% wijst op werkdruk- of organisatieproblemen met direct impact op personeelskosten.
Het totaal aantal vestigingen van de organisatie.
Het aantal geregistreerde locaties geeft een beeld van de spreiding en schaal van de vastgoedportefeuille. Meer locaties betekent meer beheerscomplexiteit.
De totale bruto vloeroppervlakte van alle vestigingen.
Gebaseerd op BAG-data (Basisregistratie Adressen en Gebouwen). Geeft de omvang van de fysieke portefeuille weer. Niet alle vestigingen hebben BAG-m²-data.
Gemiddelde oppervlakte per vestiging.
Geeft een indicatie van de gemiddelde locatiegrootte. Kleine locaties (<500 m²) zijn vaak kantoren of dagbestedingslocaties; grote locaties (>5.000 m²) zijn doorgaans intramurale zorginstellingen.
Gemiddelde leeftijd van de gebouwen in de portefeuille.
Berekend uit BAG-bouwjaren. Oudere gebouwen (>40 jaar) vergen doorgaans hogere onderhoudskosten en kunnen functioneel verouderd zijn. Zeer jonge portefeuilles (<15 jaar) duiden op recente nieuwbouw of vervanging.
De boekwaarde van gebouwen en terreinen op de balans.
De post ‘materiële vaste activa — gebouwen en terreinen’ uit de jaarrekening. Geeft de resterende boekwaarde na afschrijvingen weer. Een lage boekwaarde bij oude gebouwen is normaal, maar kan ook duiden op achterstallig investeringsbeleid.
Boekwaarde gebouwen & terreinen gedeeld door totaal m².
Een hogere boekwaarde/m² duidt op recentere nieuwbouw of hogere kwaliteit. Vergelijking met marktwaarde (WOZ) geeft inzicht in stille reserves. Typische range in de zorg: €500–€2.500 per m².
Gemiddelde huisvestingslasten per vestiging per jaar.
Geeft een indicatie van de gemiddelde kosten per locatie. Nuttig om uitschieters te identificeren bij organisaties met veel locaties. Grote spreiding kan duiden op mix van eigendom/huur of grote/kleine locaties.
Aandeel huur- en leaselasten in totale huisvestingslasten.
Geeft inzicht in de verhouding tussen eigendom en huur. Een hoog percentage (>60%) duidt op veel gehuurde panden, met minder flexibiliteit maar lager balanstotaal. Een laag percentage (<20%) wijst op overwegend eigendom.
Verdeling van energielabels over alle vestigingen.
Energielabels uit EP-online. Vanaf 2030 moeten utiliteitsgebouwen minimaal label C hebben. Labels D–G vormen een verduurzamingsopgave. Niet alle vestigingen hebben een geregistreerd energielabel.
De som van WOZ-waarden van alle panden in de portefeuille.
De WOZ-waarde is de marktwaarde zoals vastgesteld door gemeenten. Vergelijking met boekwaarde geeft inzicht in stille reserves of overboekingen. Essentieel voor treasury en financieringsbeslissingen.
Databron nog niet gekoppeld — vereist WOZ API (gemeenten) of handmatige invoer.
WOZ-waarde gedeeld door totaal m².
Geeft de marktwaarde per vierkante meter. Typisch €1.000–€3.000/m² voor zorgvastgoed, sterk locatieafhankelijk. Verschil met boekwaarde/m² toont stille reserves.
Databron nog niet gekoppeld — vereist WOZ API of handmatige invoer.
Percentage van de capaciteit dat daadwerkelijk bezet is.
Een bezettingsgraad boven 95% is gezond. Structureel onder 90% leidt tot inkomstenderving en hogere kosten per cliënt. Belangrijke KPI voor intramurale zorg.
Databron nog niet gekoppeld — vereist zorgregistratiesysteem.
Gemiddelde technische conditie van de gebouwen op een schaal van 1 (uitstekend) tot 6 (slecht).
De NEN 2767 conditiemeting is de standaard voor technische staat van gebouwen. Score 1–3 is acceptabel; score 4+ vraagt om ingrijpend onderhoud of vervanging. Basis voor het MJOP.
Databron nog niet gekoppeld — vereist NEN 2767 conditiemeting/inspectiedata.
Percentage van het meerjarenonderhoudsplan dat financieel gedekt is.
Het MJOP (Meerjaren Onderhouds Plan) beschrijft het geplande onderhoud voor 10–30 jaar. Een dekking onder 80% betekent dat er onvoldoende middelen zijn gereserveerd voor gepland onderhoud.
Databron nog niet gekoppeld — vereist koppeling met MJOP-systeem.
Jaarlijkse CO²-uitstoot per vierkante meter.
Essentieel voor de Parijsdoelstellingen en de verplichte energielabelverbetering richting 2030. De zorgsector streeft naar klimaatneutraliteit in 2050. Benchmark: <35 kg CO²/m² is goed.
Databron nog niet gekoppeld — vereist energiemonitoringsysteem of EPA-data.
Jaarlijks energieverbruik per vierkante meter.
Meting van de energie-efficiëntie van de portefeuille. Typisch verbruik zorgvastgoed: 150–300 kWh/m² (inclusief gas-equivalent). Onder 150 is energiezuinig, boven 300 is hoog.
Databron nog niet gekoppeld — vereist energiemonitoringsysteem.
Percentage van het totale oppervlak dat leeg staat.
Structurele leegstand (>5%) genereert kosten zonder opbrengsten en vraagt om herbestemming, afstoting of transformatie. Frictieleegstand (<3%) is normaal.
Databron nog niet gekoppeld — vereist vastgoedregistratiesysteem.